Het slot van Alderney (en andere eiland-observaties) is in de maak, weest gerust.
Intussen ben ik al weken druk druk druk.
Mijn vader is gisteren 90 jaar oud geworden [ik erf zijn genen] en hij viert dit aanstaande zaterdag. Om deze mijlpaal luister bij te zetten heb ik de afgelopen weken een boek samengesteld van de foto's (met zijn eigen historische bijschriften) die hij in 1946/47 gemaakt heeft toen hij bij de Koninklijke Marine naar Indonesië voer aan boord van het vliegkampschip Hr. Ms. Karel Doorman. (dit schip)
Tja, ik ben best wel trots op hem en heb mijn belangstelling voor de zee en eilanden duidelijk niet van een vreemde!
Zaterdag presenteer ik hem dit boek en natuurlijk kwam veel van het het werk neer op de laatste paar dagen. Zelden heb ik zo veel vrije tijd opgeofferd aan een onbetaald project en het ging ook nog ten koste van mijn boekengekte. Zo zijn er deze week 8 pakketten met boeken binnen gekomen waarvan ik ene de helft heb uitgepakt (en nauwelijks gezien terzijde gelegd) terwijl de andere helft nog wacht op uitpakken. Maar ik maak dit boek uit liefde voor mijn vader want hij heeft niet zo heel lang meer, vrees ik...
donderdag 30 september 2010
maandag 6 september 2010
Sorry, ik lees
Ik had nog Alderney (3) beloofd, maar zoals gewoonlijk ben ik niet zo goed in het nakomen van beloften. Wat dat betreft heb je niets aan mij.
Intussen lees ik als een gek, het ene na het andere boek verslind ik. Veel Bernlef, Maarten 't Hart en wat verder zo op mijn weg komt.
Het einde van de zomer nadert. In de trein op weg van werk naar huis beleef ik mijn finest moments, zoals vanmiddag met dit prachtige boek. Ik lees het als inspiratiebron: zó te kunnen schrijven, dat wil ik ook! Ik droom zelfs weleens over schrijven.
Mijn innigste verlangen is te stoppen met dat energievretende gedoe dat 'werken' heet en voorgoed af te zijn van de eindeloze stroom zorgen die het ondernemer zijn met zich meebrengt.
Volgens de statistieken heb ik, rekening houdend met mijn leefgewoonten, nog 34 jaar te gaan. Maar ik kom uit een sterk geslacht, mijn vader wordt eind deze maand 90. Als 't een beetje mee zit heb ik nog tientallen jaren voor de boeg, decennia vol lees- en schrijfgeluk.
Wat een heerlijk vooruitzicht!
Intussen lees ik als een gek, het ene na het andere boek verslind ik. Veel Bernlef, Maarten 't Hart en wat verder zo op mijn weg komt.
Het einde van de zomer nadert. In de trein op weg van werk naar huis beleef ik mijn finest moments, zoals vanmiddag met dit prachtige boek. Ik lees het als inspiratiebron: zó te kunnen schrijven, dat wil ik ook! Ik droom zelfs weleens over schrijven.
Mijn innigste verlangen is te stoppen met dat energievretende gedoe dat 'werken' heet en voorgoed af te zijn van de eindeloze stroom zorgen die het ondernemer zijn met zich meebrengt.
Volgens de statistieken heb ik, rekening houdend met mijn leefgewoonten, nog 34 jaar te gaan. Maar ik kom uit een sterk geslacht, mijn vader wordt eind deze maand 90. Als 't een beetje mee zit heb ik nog tientallen jaren voor de boeg, decennia vol lees- en schrijfgeluk.
Wat een heerlijk vooruitzicht!
zondag 15 augustus 2010
Alderney (2)
[Dit is het vervolg op Alderney (1)]
Mijn reis over de Kanaaleilanden is in elkaar gebreid door Sunair. En zo weet ik dat ik vandaag 24 juli op Alderney een eilandtour krijg. Ik verwacht dan ook straks in een busje of touringcar te zullen stappen om met een groep anderen over het eiland getrokken te worden.
Vandaar dat ik overrompeld ben als een stevige vrouw van ongeveer mijn leeftijd, met lang grijs haar (dat heb ík dan weer niet) op me afkomt en vraagt of ik Mr. Dezowietie ben. Inderdaad, van mijn achternaam kan een Engels sprekend persoon alleen een fonetische weergave maken, zodat ik meestal meteen meld dat ik gelukkig een heel Engelse voornaam heb. Bij het horen van Martin klaart hun gezicht dan wonderwel op!
Ze (ik zal haar Claire noemen, haar naam is me ontschoten) ging me voor naar een kleine landrover waarna ik aan de linkerkant mocht instappen. "Vandaag ben ik je gids", legde ze me uit, "is er iets bijzonders dat je wilt zien?" Overvallen door deze luxe behandeling weet ik niets anders te berde te brengen dan: "doe maar, begin maar!" Het eiland ligt klaar om door mij opgeraapt te worden!
Over onverharde wegen rammelen we naar de westkust van het eiland. Onderweg komen we geen levende ziel tegen. Dan, na over het dak van een ingegraven Duitse bunker gelopen te hebben staan we voor een adembenemend uitzicht: twee rotseilandjes, Les Etacs geheten.
Je zou verwachten dat hier drommen toeristen bijeen kleven, maar we zijn vrijwel alleen. Op een klif 50 meter verderop ontwaar ik slechts twee oudere potige vogelaarsters (lesbische vrijsters?) die met reuzenkijkers angstwekkend op de rand van een afgrond balanceren. Op Les Etacs broeden namelijk zo'n 6000 jan-van-gent paartjes en alleen al het geluid van deze vogels is zeer indrukwekkend. (Als je in het plaatje klikt zie je dat het wit niet alleen bestaat uit uitwerpselen maar ook uit vogels.)
Claire leent me haar verrekijker; jammer dat de wind aflandig is, anders had de geur van de vogelshit mijn neus kunnen bereiken.
Terwijl we terug lopen naar de landrover voel ik me opeens een soort Boudewijn Büch. Ik stel allerlei vragen waarop ze uitvoerig antwoord geeft. Behalve gids is Claire ook taxi-chauffeur, maar haar eigenlijke baan is onderwijzers aan de plaatselijke lagere school. Iedereen heeft hier minimaal twee baantjes, zo gaat dat op eilandjes.
We rijden verder de westelijke en noordelijke kustwegen over. Claire woont al heel lang op Alderney. "Ken je alle mensen op het eiland?" vraag ik. "Inderdaad, misschien niet iedereen persoonlijk, maar globaal gesproken wel." Ik verneem ook dat het eiland een soort verzamelplek is geworden van vrijbuiters, zoals zeezeilers die gestopt zijn met over de wereld reizen en hier een rustig interessant plekje aan de wal hebben gevonden. Of mensen die zich om andere redenen niet graag willen aanpassen aan de hectische samenleving met al haar wetten en regeltjes... Zo kun je hier nog wel roken in een café want de paar wetshandhavers op dit eiland hebben wel wat anders te doen, ze zijn namelijk ook nog timmerman of hebben een winkel. En hebben daarnaast geen zin in ruzie met hun buren.
Terwijl we op de hoofdstad St. Anne aan rijden (de meeste plaats- en straatnamen zijn hier Frans) vraag ik of alcohol hier (of ook, net als op de andere eilanden) een probleem is. Tja, er wordt hier flink gezopen. Zo heeft de jeugd bezit genomen van een aantal bunkers waar ze hun eigen feestjes organiseren, ver weg van de bewoning. Ik moet opeens aan Urk denken en aan zuipketen.
Onderweg komen we ergens drie jongens tegen, jaar of 15-17 zo te zien, die naast hun auto (15 jaar, auto rijden?) bezig zijn een grote stapel te maken van houten pallets. "Die hebben vanavond hier hun bonfire," legt Claire uit, "wat moeten ze anders?" De jochies kijken een beetje schuldig -- niet naar mij denk ik, maar wel naar hun teacher.
Zo vordert onze tocht met gesprekken over het sociale leven op Alderney. Miljonairs maar ook minder vermogenden hebben oude forten en verdedigingswerken opgekocht om er iets toeristisch te beginnen of om er gewoon te wonen in de zomer. Maar de staat (Alderney valt onder de bailiwick - baljuwschap - van Guernsey) heeft juist deze maand strengere belastingregels voorgesteld en nu ligt alles op z'n gat. Voorheen mocht je hier 180 dagen per jaar verblijven zonder belasting te hoeven betalen, maar nu moet je als je meer dan 91 dagen per jaar op het Alderney wilt verblijven opeens 25.000 pond tax betalen, zo'n € 30.000!
Er zijn ook mensen die ooit voor weinig geld een bunker hebben gekocht om er in de zomer te wonen. We komen langs één er van en ik herken het meisje met de paardenstaart dat voor me zat in het vliegtuig (zie de foto in de vorige blog over Alderney) bezig bagage uit te laden. De sombere stemming is van hun gezichten af te lezen.
Ik was slechts één dag op Alderney en had gedacht het in één of twee blogjes te kunnen beschrijven maar dat gaat niet lukken. Misschien moet ik minder uitvoerig zijn. Maar bovenal overvalt me de twijfel over het nut van mijn geschrijf: op internet besteden mensen nooit meer dan 31 seconden aan een pagina. Hoe snel je ook leest, 31 seconden is niet genoeg om het voorgaande gelezen te kunnen hebben.
Wat Alderney betreft: het komt er op neer dat er een deel 3 moet komen, alleen zal ik nu geen datum beloven. Just check and see.
Mijn reis over de Kanaaleilanden is in elkaar gebreid door Sunair. En zo weet ik dat ik vandaag 24 juli op Alderney een eilandtour krijg. Ik verwacht dan ook straks in een busje of touringcar te zullen stappen om met een groep anderen over het eiland getrokken te worden.
Vandaar dat ik overrompeld ben als een stevige vrouw van ongeveer mijn leeftijd, met lang grijs haar (dat heb ík dan weer niet) op me afkomt en vraagt of ik Mr. Dezowietie ben. Inderdaad, van mijn achternaam kan een Engels sprekend persoon alleen een fonetische weergave maken, zodat ik meestal meteen meld dat ik gelukkig een heel Engelse voornaam heb. Bij het horen van Martin klaart hun gezicht dan wonderwel op!
Ze (ik zal haar Claire noemen, haar naam is me ontschoten) ging me voor naar een kleine landrover waarna ik aan de linkerkant mocht instappen. "Vandaag ben ik je gids", legde ze me uit, "is er iets bijzonders dat je wilt zien?" Overvallen door deze luxe behandeling weet ik niets anders te berde te brengen dan: "doe maar, begin maar!" Het eiland ligt klaar om door mij opgeraapt te worden!
![]() |
| Alderney op Google Maps, een heel fraaie eilandfoto |
Je zou verwachten dat hier drommen toeristen bijeen kleven, maar we zijn vrijwel alleen. Op een klif 50 meter verderop ontwaar ik slechts twee oudere potige vogelaarsters (lesbische vrijsters?) die met reuzenkijkers angstwekkend op de rand van een afgrond balanceren. Op Les Etacs broeden namelijk zo'n 6000 jan-van-gent paartjes en alleen al het geluid van deze vogels is zeer indrukwekkend. (Als je in het plaatje klikt zie je dat het wit niet alleen bestaat uit uitwerpselen maar ook uit vogels.)
Claire leent me haar verrekijker; jammer dat de wind aflandig is, anders had de geur van de vogelshit mijn neus kunnen bereiken.
Terwijl we terug lopen naar de landrover voel ik me opeens een soort Boudewijn Büch. Ik stel allerlei vragen waarop ze uitvoerig antwoord geeft. Behalve gids is Claire ook taxi-chauffeur, maar haar eigenlijke baan is onderwijzers aan de plaatselijke lagere school. Iedereen heeft hier minimaal twee baantjes, zo gaat dat op eilandjes.
We rijden verder de westelijke en noordelijke kustwegen over. Claire woont al heel lang op Alderney. "Ken je alle mensen op het eiland?" vraag ik. "Inderdaad, misschien niet iedereen persoonlijk, maar globaal gesproken wel." Ik verneem ook dat het eiland een soort verzamelplek is geworden van vrijbuiters, zoals zeezeilers die gestopt zijn met over de wereld reizen en hier een rustig interessant plekje aan de wal hebben gevonden. Of mensen die zich om andere redenen niet graag willen aanpassen aan de hectische samenleving met al haar wetten en regeltjes... Zo kun je hier nog wel roken in een café want de paar wetshandhavers op dit eiland hebben wel wat anders te doen, ze zijn namelijk ook nog timmerman of hebben een winkel. En hebben daarnaast geen zin in ruzie met hun buren.
Terwijl we op de hoofdstad St. Anne aan rijden (de meeste plaats- en straatnamen zijn hier Frans) vraag ik of alcohol hier (of ook, net als op de andere eilanden) een probleem is. Tja, er wordt hier flink gezopen. Zo heeft de jeugd bezit genomen van een aantal bunkers waar ze hun eigen feestjes organiseren, ver weg van de bewoning. Ik moet opeens aan Urk denken en aan zuipketen.
Onderweg komen we ergens drie jongens tegen, jaar of 15-17 zo te zien, die naast hun auto (15 jaar, auto rijden?) bezig zijn een grote stapel te maken van houten pallets. "Die hebben vanavond hier hun bonfire," legt Claire uit, "wat moeten ze anders?" De jochies kijken een beetje schuldig -- niet naar mij denk ik, maar wel naar hun teacher.
Zo vordert onze tocht met gesprekken over het sociale leven op Alderney. Miljonairs maar ook minder vermogenden hebben oude forten en verdedigingswerken opgekocht om er iets toeristisch te beginnen of om er gewoon te wonen in de zomer. Maar de staat (Alderney valt onder de bailiwick - baljuwschap - van Guernsey) heeft juist deze maand strengere belastingregels voorgesteld en nu ligt alles op z'n gat. Voorheen mocht je hier 180 dagen per jaar verblijven zonder belasting te hoeven betalen, maar nu moet je als je meer dan 91 dagen per jaar op het Alderney wilt verblijven opeens 25.000 pond tax betalen, zo'n € 30.000!
Er zijn ook mensen die ooit voor weinig geld een bunker hebben gekocht om er in de zomer te wonen. We komen langs één er van en ik herken het meisje met de paardenstaart dat voor me zat in het vliegtuig (zie de foto in de vorige blog over Alderney) bezig bagage uit te laden. De sombere stemming is van hun gezichten af te lezen.
Ik was slechts één dag op Alderney en had gedacht het in één of twee blogjes te kunnen beschrijven maar dat gaat niet lukken. Misschien moet ik minder uitvoerig zijn. Maar bovenal overvalt me de twijfel over het nut van mijn geschrijf: op internet besteden mensen nooit meer dan 31 seconden aan een pagina. Hoe snel je ook leest, 31 seconden is niet genoeg om het voorgaande gelezen te kunnen hebben.
Wat Alderney betreft: het komt er op neer dat er een deel 3 moet komen, alleen zal ik nu geen datum beloven. Just check and see.
Labels:
Alderney,
Channel Islands
maandag 9 augustus 2010
Overbagage
Om het risico op overbagage te verkleinen had ik vóór mijn reis naar de Kanaaleilanden het gewicht van mijn koffer bewust een stuk onder de toegestane 20 kg gehouden. Ik ging met 18 kilo van huis. Maar eenmaal op mijn bestemming was er toch geen houden meer aan.
Ik heb op de eilanden 21 boeken en boekjes gekocht, veelal kleinere publicaties, maar ook wat zwaardere gebonden boeken. Daarnaast heb ik een stuk of veertig folders, (geografische) kaarten en ander drukwerk verzameld.
Al met al: teveel! Daarom heb ik iets gedaan (moeten doen, kun je beter zeggen) wat ik nooit eerder deed: ik heb een flinke doos met boeken per post naar mezelf gestuurd. Wat nog een hele onderneming was op de Guernsey Post Office. Voor het forse bedrag van 32 pond (circa 37 euro) stuurde ik 5 kilo (7 boeken) naar Zwolle. Daar kwam het eergisteren aan: een feestje om deze boeken na bijna twee weken weer terug te zien en eindelijk te kunnen incorporeren in mijn bezit!
Bij mijn vertrek uit Guernsey woog mijn koffer 25 kilo, 5 meer dan toegestaan, maar de luchthaven deed er gelukkig niet moeilijk over. Een extra label aan de koffer en dat was het.
Optelsom: 18 kg bij vertrek + 7 kg overgewicht + 5 kg verstuurd = 30 kg.
Zelf was ik ook nog 'ns 3 kg in gewicht aangekomen vanwege de vele verorberde biefstukken, pasta's en chips, maar dat is me vergeven.
Reizen is voor boekenliefhebbers een verzoeking. Het vergt wat organisatie betreft het uiterste van je en slaat achteraf ook nog eens een flink gat in je bankrekeningsaldo.
Ik zou het eigenlijk niet meer moeten doen!
p.s.: deel 2 van Alderney verschijnt hoop ik woensdag.
p.s. 2: ik heb reacties op deze blog weer open gezet, dus je hoeft geen google-id of zo meer te hebben.
Ik heb op de eilanden 21 boeken en boekjes gekocht, veelal kleinere publicaties, maar ook wat zwaardere gebonden boeken. Daarnaast heb ik een stuk of veertig folders, (geografische) kaarten en ander drukwerk verzameld.
Al met al: teveel! Daarom heb ik iets gedaan (moeten doen, kun je beter zeggen) wat ik nooit eerder deed: ik heb een flinke doos met boeken per post naar mezelf gestuurd. Wat nog een hele onderneming was op de Guernsey Post Office. Voor het forse bedrag van 32 pond (circa 37 euro) stuurde ik 5 kilo (7 boeken) naar Zwolle. Daar kwam het eergisteren aan: een feestje om deze boeken na bijna twee weken weer terug te zien en eindelijk te kunnen incorporeren in mijn bezit!
Bij mijn vertrek uit Guernsey woog mijn koffer 25 kilo, 5 meer dan toegestaan, maar de luchthaven deed er gelukkig niet moeilijk over. Een extra label aan de koffer en dat was het.
Optelsom: 18 kg bij vertrek + 7 kg overgewicht + 5 kg verstuurd = 30 kg.
Zelf was ik ook nog 'ns 3 kg in gewicht aangekomen vanwege de vele verorberde biefstukken, pasta's en chips, maar dat is me vergeven.
Reizen is voor boekenliefhebbers een verzoeking. Het vergt wat organisatie betreft het uiterste van je en slaat achteraf ook nog eens een flink gat in je bankrekeningsaldo.
Ik zou het eigenlijk niet meer moeten doen!
p.s.: deel 2 van Alderney verschijnt hoop ik woensdag.
p.s. 2: ik heb reacties op deze blog weer open gezet, dus je hoeft geen google-id of zo meer te hebben.
Labels:
Channel Islands,
Guenrsey
zondag 8 augustus 2010
Alderney (1)
Zaterdagochtend 24 juli in de vroege ochtend vlieg ik met een Fokker 40 van Jersey naar Guernsey. In het maar half gevulde vliegtuig, dat plaats biedt aan maximaal 48 passagiers, zit ik naast een man die door zijn onderuitgezakte en in teruggetrokken houding de indruk wekt dit tochtje wel vaker te maken. Op één of andere manier fascineert hij mij. Ik weet dan nog niet dat ik hem een paar dagen later zal tegenkomen in de bar van mijn hotel op Guernsey waar ik kennis zal maken met hem en een paar van zijn vrienden en iets zal opsnuiven van de wereld van onbekommerd levende miljonairs, mavericks (vrijbuiters).
Van Guernsey vertrek ik even later naar het eiland Alderney, het meest noordelijke van de Kanaaleilanden en het enige dat daadwerkelijk in het Kanaal ligt.
Ik vlieg met een Trislander, een driemotorig propellervliegtuig dat zó uit een strip van Kuifje lijkt te zijn weggevlogen. Er kunnen 15 passagiers mee. Het interieur en comfort van het vliegtuig doet nog het meest denken aan een lelijke eend: dezelfde opklapbankjes, met gepikkelde stof bekleed, plastic raampjes (waarbij die van de piloot net als bij de 2CV kan opklappen) en een beenruimte waarbij je knieën pijnlijk in de zitting van je voorganger priemen.
Er is geen afscheiding tussen de piloot/copiloot en de passagiers zodat je op het instrumentenbord mee kan kijken. Met een snelheid van 250 km/u vliegen we op zo'n 800 voet (270 meter) hoogte in 14 minuten naar Alderney (spreek uit: Óldernie). Het lawaai van de motoren maakt een gesprek zo goed als onmogelijk, maar dat geeft niets want ik geniet volop van deze aviatische ervaring!
Maar daar ligt Alderney al: 4,8 km lang en 2,4 km breed, thuis voor 2.400 inwoners.
De Trislander is gemaakt om op grasland te kunnen landen, maar er is een betonnen landingsbaan op het eiland dus het schokken valt wel mee. Het vliegtuig heeft een stuk of drie deuren aan de zijkant waardoor je kunt uitstappen. Eerst de passagiers vóór je, dan wordt hun lege bankje naar voren geklapt en kan jij. Naast mij zit een corpulente, hevig zwetende en naar adem happende man van een jaar of vijftig. Terwijl hij probeert zijn lichaam uit het krappe toestel te wurmen verlaat een zacht knetterende en duidelijk 'natte' wind zijn lichaam. Zowel de jongen op het platform (die een trapje voor hem heeft neergezet en aan zijn arm sjort om hem er uit te krijgen) als ik doen net of we niets merken. Even later volgt een tweede wind, nog natter zo te horen.....
Het luchthavengebouw van Alderney is ongeveer zo groot als mijn woonkamer en keuken samen. Hierin bevinden zich zowel de vertrek- als aankomstbalie, een belastingvrij inkopen gedeelte (?), een paar tafeltjes en stoeltjes en een rekje met toeristische artikelen waaruit ik één boekje koop. Ik voel me onmiddellijk thuis op dit eiland, waar iedere vorm van formaliteit lijkt te zijn verbannen en iedereen elkaar lijkt te kennen.
In het voorportaaltje (de uit- en ingang zogezegd) stuit ik onverwacht op de eilandbibliotheek: twee smalle kastjes met boeken waaruit je zonder plichtplegingen boeken kunt meenemen of er zelf iets in kunt terug zetten. Een warm gevoel trekt door mijn lichaam, een soort tederheid bijna...
Nogal raadselachtig achteraf vind ik de kartonnen doos, links op de voorgrond van de foto, die gevuld lijkt met knotten wol, naalden en onafgemaakt breiwerk. Zou dit hier neergezet zijn voor het geval het onstuimige weer het onmogelijk maakt om te vliegen? Zodat je een stukje verder kan breien aan een sjaal of sok voor een eenzame eilandbewoner zonder geld?
Met een opgewonden gevoel over de mogelijke verrassingen die me nog te wachten staan verlaat ik het luchthavengebouw en rook een sigaret. Vanuit mijn ooghoek zie ik een dame op me af komen lopen. Wat wil ze?
(wordt vervolgd)
Van Guernsey vertrek ik even later naar het eiland Alderney, het meest noordelijke van de Kanaaleilanden en het enige dat daadwerkelijk in het Kanaal ligt.
Ik vlieg met een Trislander, een driemotorig propellervliegtuig dat zó uit een strip van Kuifje lijkt te zijn weggevlogen. Er kunnen 15 passagiers mee. Het interieur en comfort van het vliegtuig doet nog het meest denken aan een lelijke eend: dezelfde opklapbankjes, met gepikkelde stof bekleed, plastic raampjes (waarbij die van de piloot net als bij de 2CV kan opklappen) en een beenruimte waarbij je knieën pijnlijk in de zitting van je voorganger priemen.
Er is geen afscheiding tussen de piloot/copiloot en de passagiers zodat je op het instrumentenbord mee kan kijken. Met een snelheid van 250 km/u vliegen we op zo'n 800 voet (270 meter) hoogte in 14 minuten naar Alderney (spreek uit: Óldernie). Het lawaai van de motoren maakt een gesprek zo goed als onmogelijk, maar dat geeft niets want ik geniet volop van deze aviatische ervaring!
Maar daar ligt Alderney al: 4,8 km lang en 2,4 km breed, thuis voor 2.400 inwoners.
De Trislander is gemaakt om op grasland te kunnen landen, maar er is een betonnen landingsbaan op het eiland dus het schokken valt wel mee. Het vliegtuig heeft een stuk of drie deuren aan de zijkant waardoor je kunt uitstappen. Eerst de passagiers vóór je, dan wordt hun lege bankje naar voren geklapt en kan jij. Naast mij zit een corpulente, hevig zwetende en naar adem happende man van een jaar of vijftig. Terwijl hij probeert zijn lichaam uit het krappe toestel te wurmen verlaat een zacht knetterende en duidelijk 'natte' wind zijn lichaam. Zowel de jongen op het platform (die een trapje voor hem heeft neergezet en aan zijn arm sjort om hem er uit te krijgen) als ik doen net of we niets merken. Even later volgt een tweede wind, nog natter zo te horen.....
Het luchthavengebouw van Alderney is ongeveer zo groot als mijn woonkamer en keuken samen. Hierin bevinden zich zowel de vertrek- als aankomstbalie, een belastingvrij inkopen gedeelte (?), een paar tafeltjes en stoeltjes en een rekje met toeristische artikelen waaruit ik één boekje koop. Ik voel me onmiddellijk thuis op dit eiland, waar iedere vorm van formaliteit lijkt te zijn verbannen en iedereen elkaar lijkt te kennen.
In het voorportaaltje (de uit- en ingang zogezegd) stuit ik onverwacht op de eilandbibliotheek: twee smalle kastjes met boeken waaruit je zonder plichtplegingen boeken kunt meenemen of er zelf iets in kunt terug zetten. Een warm gevoel trekt door mijn lichaam, een soort tederheid bijna...
Nogal raadselachtig achteraf vind ik de kartonnen doos, links op de voorgrond van de foto, die gevuld lijkt met knotten wol, naalden en onafgemaakt breiwerk. Zou dit hier neergezet zijn voor het geval het onstuimige weer het onmogelijk maakt om te vliegen? Zodat je een stukje verder kan breien aan een sjaal of sok voor een eenzame eilandbewoner zonder geld?
Met een opgewonden gevoel over de mogelijke verrassingen die me nog te wachten staan verlaat ik het luchthavengebouw en rook een sigaret. Vanuit mijn ooghoek zie ik een dame op me af komen lopen. Wat wil ze?
(wordt vervolgd)
zondag 1 augustus 2010
The house of Victor Hugo on Guernsey
This is a special contribution for members of the Folio Society Group from LibraryThing.
The Folio Society recently published a limited edition of Hugo‘s ‘Les Miserables’ which is very popular and much talked about on several FS Groups.
Last week I was most happy to visit the house where the great French writer Victor Hugo (1802-1885) lived for some 15 years: in St. Peter Port, on the island of Guernsey.
After being expelled from France and later from Jersey, Victor Hugo moved to Guernsey which is one of the Channel Islands and only about 12 miles off the coast of France. It’s 1855. At first Hugo stays for almost a year in a house in rue de Hauteville, no. 20, called ‘Hauteville Fairy”
A year later in 1856 he moves to a much larger home further up the road which he calls “Hauteville House“. A major refurbishment takes place.
Hugo’s house happens to be a very remarkable strange house: gothic avant-la-lettre to my opinion, with walls and ceilings completely covered with dark colored wood carvings, abundant tapestry, delft tiles, paintings and so on. Imagine that there was no electricity in the 1850’s yet so he had to lit the house by gas light and candles alone and it must have been very dark indeed. I should say it’s no wonder that Hugo suffered from nightmares and looked for a brighter place to work.
He found a solution by turning the attic into a large, completely glassed, lookout .
Here we find part of his library and room for his manuscripts.
In a side chamber he makes his new bedroom. From the windows he overlooks the harbour of St. Peter Port, the islands of Herm and Sark and on bright days the coastline of France (photographed from the second floor). On this spot he completed Les Miserables.
Hugo’s house is open for guided tours only. It’s allowed to make photographs but only without flash light. I regret that half of the pictures I made didn’t meet the qualification to publish here but I hope you nevertheless enjoyed this little contribution to a writer and artist who was definitely ahead of his time.
zaterdag 31 juli 2010
De Kanaaleilanden
De afgelopen weken heb ik een oude droom eindelijk werkelijkheid laten worden: de Kanaaleilanden bezoeken. In komende bijdragen zal ik daarover schrijven.
De eerste bijdrage zal in het Engels zijn voor mijn vrienden van LibraryThing.
De eerste bijdrage zal in het Engels zijn voor mijn vrienden van LibraryThing.
Labels:
Channel Islands
woensdag 14 juli 2010
Masturbatie
Vorige week las ik het boek Met de hand: een culturele geschiedenis van de soloseks van Mels van Driel. Ik ben van nature zeer geïnteresseerd in dit onderwerp en mijn verwachtingen waren daarom hoog gespannen toen ik de aankondiging van dit boek zag.
De inhoud viel echter tegen. Mels van Driel focust zich op de bekende veroordelingen die door godsdienst en psychologie over masturbatie zijn gegeven. Zijn historische weergave hierover klopt in grote lijnen, maar ik vind dat het niet goed wordt uitgewerkt of verdiept. Het is allemaal nogal schetsmatig.
Van Driel noemt masturbatie het grootste taboe. Uit eigen ervaring kan ik beamen dat dit klopt en dit boek bevestigt dat op een volgens mij pijnlijke manier door het woord masturbatie in de ondertitel te vervangen door 'soloseks'. Want je zal toch maar in de boekhandel betrapt worden bij de aankoop van een boek over masturbatie! Nee, soloseks klinkt nog wel maatschappelijk/sociaal verantwoord. Alsof je de Viva leest.
In Met de hand worden verschillende 'recente' onderzoeken aangehaald zoals van Shere Hite en Masters & Johnson, maar de resultaten worden onvoldoende uitgewerkt.
Het boek is is voorzien van tamelijk obligate illustraties. Vrijwel nergens zijn ze expliciet -- als er één onderwerp is waarover gemakkelijk expliciete en ook goede en historisch verantwoorde illustraties zijn te vinden dan is dit het wel. Kijk bij voorbeeld eens naar de Franse pornografie uit de 18e eeuw, de zogenaamde French postcards uit het begin van 19e eeuw en de Uwe Scheid en Rosenberg collecties (begin 20e eeuw). Alleen het laatste hoofdstuk, over masturbatie in de kunst kon me wel bekoren. In vogelvlucht geeft hij hier een aardige presentie van het onderwerp met goede illustraties.
Tenslotte: er is in dit boek vanaf het begin een zeer nadrukkelijke focus op soloseks (bedoelt hij masturbatie?) door homoseksuele mannen, iets dat gaandeweg begint te storen. Het lijkt er op of de auteur hier zijn persoonlijke voorkeuren teveel de overhand geeft.
De vrouwelijke masturbatie blijft -- ook al doet hij zijn best om er meer over te weten te komen -- onderbelicht.
De schrijver probeert het taboe op masturbatie te doorbreken maar bevestigt zelf het taboe door niet over zijn eigen ervaringen te spreken. Dit boek zou daarvoor een uitgelezen kans zijn geweest!
Kortom: het is een aardig bedacht boek maar een mislukt door de slechte uitwerking. Ik blijf wachten op het definitieve boek over datgene dat bijna 100 procent van de mannen en meer dan 80% van de vrouwen doet.
Persoonlijk voel ik geen enkele schaamte om te praten over masturberen (trekken, afrukken). Ik doe het minstens vijf keer week en in de zomer vaak wel twee keer per dag. Het is het heerlijkste instant geluksmoment dat je jezelf kunt geven! Het is ook niet beperkt tot mannen zoals wel duidelijk is uit de statistieken. Van een ex-vriendin weet ik dat ook zij genoot van de talloze manieren om te vingeren, clitje-draaien, en al die andere subtiele manieren waarop vrouwen zichzelf kunnen bevredigen. Ook als ze ze een partner hebben!
Aan de hand van de reacties die op deze blog binnenkomen zal duidelijk worden in hoeverre masturbatie nog steeds een taboe is. Ik hou mijn hart vast....
advies: koop dit boek en oordeel zelf.
De inhoud viel echter tegen. Mels van Driel focust zich op de bekende veroordelingen die door godsdienst en psychologie over masturbatie zijn gegeven. Zijn historische weergave hierover klopt in grote lijnen, maar ik vind dat het niet goed wordt uitgewerkt of verdiept. Het is allemaal nogal schetsmatig.
Van Driel noemt masturbatie het grootste taboe. Uit eigen ervaring kan ik beamen dat dit klopt en dit boek bevestigt dat op een volgens mij pijnlijke manier door het woord masturbatie in de ondertitel te vervangen door 'soloseks'. Want je zal toch maar in de boekhandel betrapt worden bij de aankoop van een boek over masturbatie! Nee, soloseks klinkt nog wel maatschappelijk/sociaal verantwoord. Alsof je de Viva leest.
In Met de hand worden verschillende 'recente' onderzoeken aangehaald zoals van Shere Hite en Masters & Johnson, maar de resultaten worden onvoldoende uitgewerkt.
Het boek is is voorzien van tamelijk obligate illustraties. Vrijwel nergens zijn ze expliciet -- als er één onderwerp is waarover gemakkelijk expliciete en ook goede en historisch verantwoorde illustraties zijn te vinden dan is dit het wel. Kijk bij voorbeeld eens naar de Franse pornografie uit de 18e eeuw, de zogenaamde French postcards uit het begin van 19e eeuw en de Uwe Scheid en Rosenberg collecties (begin 20e eeuw). Alleen het laatste hoofdstuk, over masturbatie in de kunst kon me wel bekoren. In vogelvlucht geeft hij hier een aardige presentie van het onderwerp met goede illustraties.
Tenslotte: er is in dit boek vanaf het begin een zeer nadrukkelijke focus op soloseks (bedoelt hij masturbatie?) door homoseksuele mannen, iets dat gaandeweg begint te storen. Het lijkt er op of de auteur hier zijn persoonlijke voorkeuren teveel de overhand geeft.
De vrouwelijke masturbatie blijft -- ook al doet hij zijn best om er meer over te weten te komen -- onderbelicht.
De schrijver probeert het taboe op masturbatie te doorbreken maar bevestigt zelf het taboe door niet over zijn eigen ervaringen te spreken. Dit boek zou daarvoor een uitgelezen kans zijn geweest!
Kortom: het is een aardig bedacht boek maar een mislukt door de slechte uitwerking. Ik blijf wachten op het definitieve boek over datgene dat bijna 100 procent van de mannen en meer dan 80% van de vrouwen doet.
Persoonlijk voel ik geen enkele schaamte om te praten over masturberen (trekken, afrukken). Ik doe het minstens vijf keer week en in de zomer vaak wel twee keer per dag. Het is het heerlijkste instant geluksmoment dat je jezelf kunt geven! Het is ook niet beperkt tot mannen zoals wel duidelijk is uit de statistieken. Van een ex-vriendin weet ik dat ook zij genoot van de talloze manieren om te vingeren, clitje-draaien, en al die andere subtiele manieren waarop vrouwen zichzelf kunnen bevredigen. Ook als ze ze een partner hebben!Aan de hand van de reacties die op deze blog binnenkomen zal duidelijk worden in hoeverre masturbatie nog steeds een taboe is. Ik hou mijn hart vast....
advies: koop dit boek en oordeel zelf.
Labels:
masturbatie,
seks
maandag 12 juli 2010
Kan het gekker?
Dit gaat niet over boeken. Ik heb vele uren plezier gehad aan het WK Voetbal 2010. Maar nu wordt het me toch te gek.
Ik betaal veel belastingen maar zou liever zien dat belastinggeld besteed wordt aan gezondheidszorg of onderwijs dan aan de bevrediging van de bezopen behoeften van oranjegekken. En die oranjegekken, al is het een minderheid, deinzen er niet voor terug om na een paar 'pilletjes' of gewoon totaal dronken, de politie te lijf te gaan.
Ernstiger is, zo lijkt mij, dat dit een trend gaat worden. Het publiek eist steeds meer. Gisteren werden voor het eerst dus die duizenden oranje anjers vanuit een helikopter uitgeworpen. Misschien een actie van Eberhard van der Laan om zijn populariteit als nieuwe burgemeester van Amsterdam een boost te geven. Maar hier is meer aan de hand.
Ik voorspel: dit wordt voortaan een minimumvereiste voor een willekeurige gemeente in Nederland om nog een "feestje" te vieren. Of het nu gaat om een kampioenschap of om Koninginnedag: voortaan horen bloemen uitstrooiende helikopters tot het Nederlands cultureel erfgoed. En daar heeft de hooligan/fan/burger "gewoon recht op". En als je dat recht niet krijgt, dan ga je gewoon stenen gooien naar de politie!
Wat er morgen gaat gebeuren bij de 'huldiging' van Oranje kan ik niet voorspellen. Maar ik hoop stiekem --héél vilein-- dat het in het water valt. Als er dan ook nog enkele betreurde gewonden of doden bij vallen zijn we voortaan af van dit soort idioterie...
Leestip: alles van Paul Léautaud.
- over het Museumplein vloog gisteren een helikopter die oranje anjers uitstrooide over het publiek.
- de binnenkomst per vliegtuig van het elftal werd begeleid door twee F16's, waarvan één oranje was geschilderd. (Ik dacht dat ik juist vorige week een noodkreet van Defensie had gelezen waarop zij bezuinigingen aankondigde.)
- op de landingsbaan rukten brandweerauto's uit om het landende toestel te besproeien met welkomst-fonteinen.
- in Amsterdam -- geleid door de PvdA-er Eberhard van der Laan -- rijdt een speciaal oranje geschilderde tram rond.
- op dinsdag 13 juli kan iedereen gratis reizen in de hoofdstad.
- de NS heeft 13 juli een aangepaste dienstregeling gericht op het vervoeren van honderdduizenden mensen (idioten?) naar Amsterdam, waardoor ik als forens mogelijk niet, later of zonder zitplaats vervoerd moet worden naar mijn werk.
Ik betaal veel belastingen maar zou liever zien dat belastinggeld besteed wordt aan gezondheidszorg of onderwijs dan aan de bevrediging van de bezopen behoeften van oranjegekken. En die oranjegekken, al is het een minderheid, deinzen er niet voor terug om na een paar 'pilletjes' of gewoon totaal dronken, de politie te lijf te gaan.
Ernstiger is, zo lijkt mij, dat dit een trend gaat worden. Het publiek eist steeds meer. Gisteren werden voor het eerst dus die duizenden oranje anjers vanuit een helikopter uitgeworpen. Misschien een actie van Eberhard van der Laan om zijn populariteit als nieuwe burgemeester van Amsterdam een boost te geven. Maar hier is meer aan de hand.
Ik voorspel: dit wordt voortaan een minimumvereiste voor een willekeurige gemeente in Nederland om nog een "feestje" te vieren. Of het nu gaat om een kampioenschap of om Koninginnedag: voortaan horen bloemen uitstrooiende helikopters tot het Nederlands cultureel erfgoed. En daar heeft de hooligan/fan/burger "gewoon recht op". En als je dat recht niet krijgt, dan ga je gewoon stenen gooien naar de politie!
Wat er morgen gaat gebeuren bij de 'huldiging' van Oranje kan ik niet voorspellen. Maar ik hoop stiekem --héél vilein-- dat het in het water valt. Als er dan ook nog enkele betreurde gewonden of doden bij vallen zijn we voortaan af van dit soort idioterie...
Leestip: alles van Paul Léautaud.
zondag 4 juli 2010
Het eerste half jaar
Ik moest me opnieuw aanmelden (nou ja inloggen) bij Blogger omdat ik zo lang inactief was, what a shame!
Terwijl het toch zo'n fijn boekenjaar is, want ga maar na: al 204 boeken kwamen het eerste half jaar van 2010 mijn huis binnen. Begin juni was ik succesvol met de aankoop van twee kaveltjes boeken op de veiling van boeken van Kees Fens (zie eerdere blog). Het is een groot genot om series te verzamelen, vooral in het begin als je nog weinig hebt! Mijn Russische Bibliotheek breidde ik uit met 20 smetteloze delen, waaronder het complete werk van Dostojewski (ik las heel veel D. toen ik een jaar of 20 was).
De Privé-Domein verzameling werd uitgebreid met 17 deeltjes. Ik heb er nu in totaal 55, van de circa 280 delen die verschenen zijn. Nog een lange weg te gaan dus...
Veilingen zijn -- zo merk ik -- een uitstekende manier om het bezit gestructureerd en voordelig uit te breiden. Voor de delen Russische Bibliotheek betaalde ik inclusief opgeld en verzendkosten omgerekend € 10,34 per deel en voor de Privé-Domeintjes € 10,71 per deel. Dat zijn goede prijzen!
Dat juni de maand van het spannende boek was, is aan mij niet ongemerkt voorbij gegaan. Ik kocht een hele stapel thrillers: vier boeken van Charles den Tex en twee van Jo Nesbø. Mede dankzij een rugblessure waardoor ik zes dagen thuis zat (15-20 juni) en een knieblessure (2 juli-?) heb ik ze allemaal uitgelezen.
Charles den Tex, van wie ik eerder Dump had gelezen vind ik een goede schrijver met een frisse stijl en actuele Nederlandse thema's.
Daarnaast was de Noor Jo Nesbø een reuze-ontdekking: mijn komende vakantie gaat een hele stapel nieuwe boeken van hem mee in de koffer. Maar over die koffer én de reisbestemming later meer.
Terwijl het toch zo'n fijn boekenjaar is, want ga maar na: al 204 boeken kwamen het eerste half jaar van 2010 mijn huis binnen. Begin juni was ik succesvol met de aankoop van twee kaveltjes boeken op de veiling van boeken van Kees Fens (zie eerdere blog). Het is een groot genot om series te verzamelen, vooral in het begin als je nog weinig hebt! Mijn Russische Bibliotheek breidde ik uit met 20 smetteloze delen, waaronder het complete werk van Dostojewski (ik las heel veel D. toen ik een jaar of 20 was).
De Privé-Domein verzameling werd uitgebreid met 17 deeltjes. Ik heb er nu in totaal 55, van de circa 280 delen die verschenen zijn. Nog een lange weg te gaan dus...
Veilingen zijn -- zo merk ik -- een uitstekende manier om het bezit gestructureerd en voordelig uit te breiden. Voor de delen Russische Bibliotheek betaalde ik inclusief opgeld en verzendkosten omgerekend € 10,34 per deel en voor de Privé-Domeintjes € 10,71 per deel. Dat zijn goede prijzen!
Dat juni de maand van het spannende boek was, is aan mij niet ongemerkt voorbij gegaan. Ik kocht een hele stapel thrillers: vier boeken van Charles den Tex en twee van Jo Nesbø. Mede dankzij een rugblessure waardoor ik zes dagen thuis zat (15-20 juni) en een knieblessure (2 juli-?) heb ik ze allemaal uitgelezen.Charles den Tex, van wie ik eerder Dump had gelezen vind ik een goede schrijver met een frisse stijl en actuele Nederlandse thema's.
Daarnaast was de Noor Jo Nesbø een reuze-ontdekking: mijn komende vakantie gaat een hele stapel nieuwe boeken van hem mee in de koffer. Maar over die koffer én de reisbestemming later meer.
Labels:
Charles den Tex,
Jo Nesbo,
Privé Domein,
Russische Bibliotheek
Abonneren op:
Posts (Atom)






















