Posts tonen met het label boudewijn büch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boudewijn büch. Alle posts tonen

zaterdag 14 juli 2012

Een nauwelijks te bevatten verlies

Ik heb vandaag de herdenkingsdienst voor Gerrit Komrij op de treurbuis gezien. Ik heb gehuild. Vergelijkingen hebben geen zin, maar het deed me zeker zo veel als het overlijden van Boudewijn Büch in 2002.

Beide schrijvers overleden véél te vroeg en totaal onverwacht, dat is de overeenkomst. Verschil is dat Büch na zijn dood werd neergesabeld door hele en halve mongolen omdat hij delen van zijn leven geromantiseerd had (of zou) hebben. En Komrij is nu al opgehemeld....
Zowel BB als Komrij waren ongelooflijke veelschrijvers, op verschillend terrein. Ik acht beide hoog, heel hoog.

Wat iedereen van Komrij zou moeten leren is dat je nooit een blad voor de mond moet nemen. Het vermogen dat Gerrit had om vileine kritiek te leveren en tegelijkertijd een aardig en lief mens te zijn is een voorbeeld voor iedereen.

Wat moet ik nog meer zeggen? Ik heb hem vandaag herdacht door een klein altaartje met enkele (niet geheel onwillekeurig gekozen) titels plus een kaarsje voor hem neer te zetten.


Hieronder foto's uit de herdenkingsdienst: Gerrit in zijn werkkamer.





Gerrit Komrij zal nooit geëvenaard worden. Er lopen simpelweg niet voldoende briljante mensen rond die die rol op zich zou kunnen nemen.

zondag 3 oktober 2010

Een boek dat bijna niemand kan lezen

Ko e Evagelia a Mataoi.
Ko e tohi he matohiaga a Iesu Keriso, ko e tama a Tavita, ko e tama a Aperahamo.
Zo begint het boek dat ik begin september kocht op eBay en deze week ontving. Dit boek, waarvan de volledige titel luidt : Ko e Maveheaga Fou, he iki ha tautolu, ko Iesu Keriso; katoa mo e Tohi he Tau Salamo; kua liliu ke he vahagau Niue is niets meer of minder dan het Nieuwe Testament in de Niueaanse taal. De bovenstaande zin is de aanvang van het evangelie volgens Mattheüs:



Het evangelie naar Mattheüs
Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham.
Niue is een klein eiland midden in de Pacific: 260 vierkante kilometer, ruim anderhalf keer zo groot als Texel, maar met slechts 1400 inwoners (tien keer zo weinig als er Texelaars zijn). Het is er kaal en heet en het fascineerde Boudewijn Büch buitengewoon. Geen wonder: er zijn bijna geen boeken over. Hij is er zelf geweest, wat in 1993 twee fraaie uitzendingen opleverde in de serie De Wereld van Boudewijn Büch.

BB verzamelde volgens eigen zeggen alles van en over Niue (net als over heel veel andere eilanden). Ik bezit 6 boeken over Niue, wat behoorlijk veel is voor de gemiddelde eilandengek, waarvan één (The Decolonisation of Niue door Terry M. Chapman, Victoria University Press, Wellington, 1976) afkomstig is uit de bibliotheek van Boudewijn. Hij kocht dit boek op 22 april 1995 in Wellington, Nieuw-Zeeland.

Terug naar mijn aanschaf, hier ligt het op mijn bureau. In het echt ziet er beter uit dan op deze kale flitslicht foto. Het leer is nog behoorlijk goed en bovendien zijn de drie snedes verguld en ligt het boek nog strak in de band.


Wanneer je probeert deze Polynesische taal te lezen struikel je over de vele a, u, o klanken -- wat typisch is voor Tongaans en andere Polynesische talen. Ook met behulp van mijn woordenboek Tohi Vagahau Niue (Niue Language Dictionary : Niuean-English, with English-Niuean finderlist), uitgegeven door de regering van Niue in 1997) kom je niet ver.

Wat is nu de thrill van deze aanschaf?
1) het is een bijzonder boek op zich, een bijbel uit 1881 in de Niueaanse taal
2) het is uitermate zeldzaam: ik heb alle belangrijke bibliotheken getest, de Library of Congres, de British Library enzovoort maar nergens komt dit boek voor.
3) en ook tweedehands bij Addall/Antiqbook enz is dit boek onbekend.

Zo heerlijk is verzamelen dus: nergens is een andere eigenaar te vinden. Maar het zou me tegelijkertijd niet verbazen dat in verschillende Niueaanse huishoudens deze bijbel ergens op zolder ligt of gewoon op de eettafel.

"Jantje, wil je voorlezen uit de Bijbel?"

"Ja hoor: Ha kua matakutaku au, neke fina atu au, ti moua foka e mutoluau kua kehe mo e mena kua loto..."
(2 Korinthië 12, vers 20).

donderdag 14 januari 2010

Haïti - De vervloekte staat

De taferelen die zich op dit moment afspelen in het caribische Haïti gaan het menselijk voorstellingsvermogen te boven. Een van de allerarmste landen ter wereld, het meest corrupte land ter wereld, een land waar de bevolking tientallen jaren heeft geleden onder de meest afschuwelijke dictators, een land waar de misdaad onvoorstelbaar hoog is, een land dat altijd de 'hoofdprijs' krijgt tijdens bijna elk orkaanseizoen, een land waar miljoenen mensen in sloppenwijken leven en waar internationale hulp nauwelijks enige verbetering kan brengen...

Dát land krijgt de grootste natuurramp over zich heen van de laatste decennia. Niemand weet nog hoeveel mensen er het leven verloren hebben of nog zullen verliezen. Er is nauwelijks een regering, bijna geen politie, geen brandweer, de ziekenhuizen zijn ingestort.
Iedereen herinnert zich nog de beelden van de vuurwerkramp in Enschede. Stel je voor dat er op dat moment geen brandweer was geweest, geen ambulances, geen hulpdiensten, geen bestuur. En stel je dan voor dat het rampgebied niet was beperkt tot één wijk in Enschede maar tot de hele provincie Overijssel plus de hele Randstad, samen 9 miljoen mensen. Dan kun je je misschien een beeld vormen van de hopeloze situatie in Haïti.


Boudewijn Büch heeft verschillende keren over Haïti geschreven. Het eiland fascineerde hem. In mei 1987 is hij er zelf geweest en bij die gelegenheid kocht hij uiteraard alle boeken over Haïti die hij kon vinden, wat niet veel was, want zo schreef hij in "Leeg en Kaal" (1995, p. 84) toen hij onderzoek wilde doen naar een bij-eiland van Haïti (Navassa): "De bibliotheken bleken al te zijn leeggehaald; de boeken zijn opgestookt als brandstof om te koken."
In 1987 was net een einde gekomen aan de vreselijke dictatuur van vader Francois en zoon Jean-Claude Duvalier die 31 jaar had geduurd. Wie denkt dat het daarna beter werd heeft het mis: de ene na de andere militaire coup volgde. Totdat Jean-Bertrand Aristide aan de macht kwam. Hij bracht het eiland enige verlossing en had in beginsel het goede met het land voor. Maar Amerika had er geen zin in vanwege Aristides socialistische opvattingen. Aristide werd afgezet en wederom volgde een reeks van staatsgrepen en interim-staatshoofden waarbij Aristide zelf trouwens nog 3 keer het ambt bekleedde, onder andere afgewisseld door René Préval, die nu het staatshoofd van Haïti is. Zonder paleis, want dat is ingestort.



Papa Duvalier publiceerde in 1967 zijn 'rode boekje' in een oplage van 20.000 exemplaren over de zegeningen van zijn eigen bewind, wat hij "40 ans de Doctrine, 10 ans de Révolution" noemde, maar wat natuurlijk een walgelijk propagandaboekje was. Dit is het exemplaar dat Boudewijn Büch op 24 mei 1987 in Port-au-Prince kocht:





Dezelfde dag kocht hij ook een 424 pagina's tellende studie over het schrikbewind van de Duvaliers, geschreven door Bernard Diederich en Al Burt, met een voorwoord van niemand minder dan Graham Greene.



Op 8 januari 1995 was Boudewijn opnieuw in Haïti, misschien voor TV-opnamen van de serie "De wereld van Boudewijn Büch".
Robèrt K., een van de vaste reageerders op deze blog, zou dat moeten weten. In ieder geval kocht Büch toen het boek van Jean-Bertrand Aristide In het parish of the poor waarin Aristide verhaal doet over zijn wederopbouw-programma.

 

De drie boeken hierboven uit Boudewijn's bibliotheek staan nu in mijn bibliotheek. Wanneer de aardbevng Haïti niet had getroffen zou ik er geen melding van gedaan hebben.
Ik had het eigenlijk liever niet gemeld.

Haïti lijkt een land te zijn waar alles reddeloos is verloren. Het komt daar nooit meer goed.
Eigenlijk wil ik niet eens meer boeken zien over Haïti, en dat zegt alles.

woensdag 16 september 2009

Prinsjesdag en St. Kilda

Iedere zes jaar valt mijn verjaardag op Prinsjesdag. Als republikein met warme gevoelens voor ZKH Willem Alexander en diens bevallige vrouw Maxima Zorregieta zegt het Haagse vertoon met de gouden koets mij weinig, maar wanneer mijn verjaardag op Prinsjesdag valt, zoals dit jaar, dan voel ik mezelf een prins. Een Boekenprins dus, en prinsen krijgen mooie cadeautjes. Gezien de financiële crisis moest ik dit jaar wat zuunigjes aan doen, maar ik heb mezelf toch een vorstelijk pakketje boeken cadeau weten te doen.

Bij amazon.co.uk, de Britse variant van Amazon, heb ik vier boeken en een fraaie geografische kaart van St. Kilda besteld plus een boek over alle Schotse eilanden (en dat zijn er veel, héél veel). Het laatste is nog niet gearriveerd, de rest wel.

 
(St. Kilda. foto: M.J. Richardson)
St. Kilda ligt ongeveer 140 buiten de kust van Schotland en is daarmee het meest veraf gelegen eiland van het Britse vasteland. Het is duizenden jaren lang bewoond geweest, tot aan 1930, toen de laatste 36 bewoners het eiland verlieten. Sindsdien is er een militaire basis gevestigd en worden de archeologische resten van de enige straat op het eiland zorgvuldig gerestaureerd. Het eiland staat sinds 1986 op de UNESCO werelderfgoedlijst.
Boudewijn Büch was eveneens hevig gefascineerd door St. Kilda, zie bij voorbeeld het hoofdstuk dat hij in zijn boek Eilanden (2e editie, 1991) aan het eiland wijdde. Het hoofdstuk begint met de Büchiaanse zin "Eilandbewoners zijn altijd de klos." Iets dat zeker op gaat voor de -- schitterende -- eilandengroep St. Kilda.
Büch:
St. Kilda is nooit tegen de draad in geweest. Toch hielden twee schrijvers zich tamelijk recent met St. Kilda bezig, tientallen jaren nadat het lot over het eiland voltrokken was. 
Droeve, mooie boeken: Tom Steel The life and death of St. Kilda (1965) en Charles Maclean Island on the edge of the world (1972) over waar Groot-Brittannië klein in kan zijn.
Uiteraard moest ik na BB's aanbeveling in ieder geval deze genoemde boeken aanschaffen.
Hier is wat ik kocht:

Het eiland St. Kilda en haar geschiedenis zal me de komende maanden wanneer de bladeren gaan vallen en de temperatuur weer daalt, vergezellen tijdens mijn dagelijkse treinreizen.
Ik heb opeens zin in de herfst en de winter!

zondag 7 juni 2009

De Zwolse Boekenmarkt 2009

Voor de vierde keer bezocht ik vandaag de Zwolse boekenmarkt. Vermoedelijk dankzij de beloofde regenbuien (die overigens uitbleven) was het rustig en gezellig. Iedereen kon goed bij de ongeveer 130 kramen, er was geen gedrang, precies zoals het altijd zou moeten zijn.

De keus was uiteraard groot, maar vandaag ging ik speciaal op zoek naar deeltjes uit de Privé-domein reeks. Dat is goed gelukt: ik heb er 9 gekocht, waaronder enkele wat zeldzamere voor prijzen tussen 9 en 15 Euro, wat heel goed is.

Naast nog enkele andere aardige boeken was het toppunt van vandaag echter Andrees Handatlas. (Ausgewählte, völlig neu bearbeitete Ausgabe in einem Bande, Verlag Von Velhagen & Klasing, Bielefeld/Leipzig, 1937). Ik zag hem ergens staan, keek hem in en... zette hem terug. Te zwaar! Daar ga je niet mee lopen zeulen de hele tijd. En hij kostte een aardig bedrag wat ik niet meer op zak had. Dan slaat meteen de twijfel toe: zal ik hem wel of zal ik hem niet kopen? Ik wil het zo graag, maar ja, het geld enzo. En waar is hier een pinautomaat? Een heel eind lopen dus, maar ik deed het. Ik keerde terug naar de kraam, deed een aanbetaling en liet hem apart leggen. Blije gezichten bij de handelaren!

Andrees Handatlas (neem het 'hand' niet al te letterlijk) was een van de lievelingsatlassen van Boudewijn Büch's en inderdaad: wat is hij fraai en gedetailleerd. Toen ik klaar was met de markt haalde ik de atlas op en begon, zeulend met 3 tassen, aan de terugreis naar huis.
Terwijl het hier om 6 uur 's avonds nu echt lijkt te gaan regenen geef ik voor de liefhebbers van statistieken nog een overzichtje van mijn 4 Zwolse boekenmarkten.


voor alle plaatjes geldt (zoals altijd): klik er in voor een uitvergroting.

zondag 31 mei 2009

De bibliotheek van Lucebert

Afgelopen woensdag verscheen het boek De lezende Lucebert, bibliotheek van een dichter. De dichter Lucebert (geboren op 15 september 1924, op de kop af 37 jaar voor mijn geboorte) overleed op 10 mei 1994 en liet zijn weduwe meer dan 6500 boeken na. Hun atelierwoning in Bergen stond er letterlijk vol mee. Godzijdank heeft de weduwe niets weggedaan en zo kon op initiatief van een werkgroep Boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam een ambitieus project worden uitgevoerd, namelijk de beschrijving van de complete bibliotheek. Zo kunnen nu de vragen wat had hij op de plank had staan, wat hij las en wat hij verder deed met zijn boeken, beantwoord worden.

Gisteren ontving ik De lezende Lucebert thuis en nog voor mijn ontbijt had ik al heel wat snoepjes eruit tot me genomen.
Het 320 pagina's tellende boek bestaat uit onder meer 8 essays waarin telkens een andere invalshoek tot de bibliotheek behandeld wordt. De bijdrage van Lisa Kuitert, die ook de eindredactie van het boek deed, schreef mijns inziens de verreweg interessantste bijdrage over verschillende schrijversbibliotheken. Na de essays volgt het mooiste: in 154 bladzijden worden, gerangschikt op auteursnaam, de titels, uitgever en jaar van alle zesenhalfduizend boeken weergegeven. Mocht je daar nog niet genoeg aan hebben, dan vind je achterin het boek een CD ROM met daarop een Excelbestand dat hetzelfde maar dan nog uitgebreider bevat. Zo kun je op je eigen computer de boekenkasten van Lucebert doorzoeken en vergelijken met je eigen boekenbezit.

Büch
Wat ik bijzonder waardeer aan het stuk van Lisa Kuitert is dat zij, als één van de heel weinigen in Nederland, nu eens niet badinerend doet over de bibliotheek van Boudewijn Büch en ook uitspreekt dat "het een drama [is] dat de boeken zónder geldelijke waarde, onder meer de beschadigde exemplaren en populaire hedendaagse lectuur, uit die catalogi [de veilingcatalogi van Bubb Kuyper] gebleven zijn."

Het is te hopen dat Uitgeverij Vantilt het niet bij deze ene bibliotheek laat en er meer van dit soort prachtuitgaven voor boekenliefhebbers komen.
De lezende Lucebert is voor € 32,50 te koop in de boekhandel. Je kunt het ook rechtstreeks bij de uitgever bestellen; het wordt je dan met een factuur en zonder verzendkosten toegezonden.

donderdag 23 april 2009

Bij de dood van Martin Bril

Potverdomme! Rond zes uur vanochtend hoorde ik op Radio 1 dat Martin Bril gisteren overleden is. Ik dacht eerst dat ik het niet goed gehoord had, omdat juist bekend was geworden dat hij de Bob den Uyl prijs had gewonnen voor De kleine keizer, zijn boek over Napoleon.
Maar het was wél waar.

Negenenveertig jaar jong. Ik ben minder dan twee jaar na hem geboren. Heb weliswaar niet zó heftig als hij geleefd (mijn eigen cocaïne-periode als twintigjarige duurde bij voorbeeld maar één zomer lang) maar toch: de schrik sloeg mij om het hart. Dat het leven zo meedogenloos kan zijn. Of je nu beroemd en gevierd bent (zoals Bril) of slechts doormoddert in de periferie van het web (zoals ik): de man met de zeis kan zomaar genadeloos toeslaan.

Het is zinloos om hier uitgebreid te vertellen hoe goed ik z'n columns vond en zijn boek over Nap. Elders op het web kun je daar veel meer van lezen. (Op het moment dat ik dit schrijf zijn er ruim 7800 reacties gepubliceerd bij de Volkskrant.)

In mijn boekenkasten is één minuscuul spoortje inkt van mijn naamgenoot Bril te vinden. Eens bezat Martin Bril namelijk het boek Rock & Roll van Boudewijn Büch. (Dat hij dit boek bezat is niet toevallig, want hij schreef zelf ook veel over popmuziek.) Om redenen die ik niet ken heeft Bril het boek ooit verkocht en via via is het in mijn bezit gekomen.

Voorin het boek schreef Martin Bril in zwarte inkt zijn naam:


In de fraaie Vinexwijk waar ik woon gaat de zon nu onder. Door de dood van Martin Bril blijf ik zitten met het gevoel dat ik ergens van beroofd ben. Ik kan alleen nog niet zeggen waarvan. Ik moet het antwoord schuldig blijven.

Maar kut is het wel, en dat zo kort na rokjesdag.

zondag 14 december 2008

60 jaar Boudewijn Büch

Wanneer Boudewijn Büch niet plotseling overleden zou zijn op de avond van 23 november 2002, dan zou hij vandaag, 14 december 2008, 60 jaar geworden zijn. Ik vind het nog altijd ontzettend sneu dat deze --niet drinkende en rokende man-- zo vroeg het tijdelijke voor het eeuwige moest verruilen door hartfalen. De eerste paar jaar na zijn dood was er veel belangstelling voor wat hij naliet. Zijn ingewikkelde leven met literaire vrijheden maar ook met pijnlijke leugens kregen veel aandacht in de pers. De fans kwamen aan hun trekken door grote delen van zijn nalatenschap te kopen. Ik behoor zelf tot die laatste groep, mijn huis is een half BB-museum....

Maar de laatste jaren bemerk ik een afnemende belangstelling voor Boudewijn en dat vind ik jammer.
Frans Mouws, die 5 boeken schreef over Büch, heeft gezegd er mee te stoppen. Vandaag werd op de 7e Internationale Boudewijn Büchdag in de openbare bibliotheek in Amsterdam het jaarlijkse boekje van het Boudewijn Büch Gezelschap Büchmania gepresenteerd. Dit werd deze keer geschreven door Büch's jeugdvriend Paul Westgeest en gaat over de reis die hij samen met BB in 1967 ondernam naar Ciboure, de geboorteplaats van componist Maurice Ravel. Het is een mooi boekje geworden en leuk geschreven, daar niet van, maar wat mij verdriet deed was de slotzin uit het voorwoord: "Dit verslag zal tevens het laatste zijn wat ik over Boudewijn Maria Ignatius Büch zal schrijven. Het is goed geweest zo."

Wat is goed geweest? Zes jaar aandacht voor Büch? Is Büch nu uitgekauwd?
Vandaag, op die bijeenkomst, waren weer tientallen fans die het tegendeel bewezen. Omdat ik nog moest werken kon ik er zelf helaas maar een uurtje zijn. Maar ik zal het werk en de persoon van Büch niet vergeten. Hij blijft voor mij altijd een unieke persoonlijkheid en een groot verzamelaar. Zijn enorm grote schriftelijke nalatenschap kent zeker oppervlakkige stukjes, maar vooral ook talloze prachtige bijdragen die uitblinken door de deskundigheid en het enthousiasme waarmee ze geschreven zijn. En misschien is het allerprachtigste dat Boudje heeft nagelaten wel zijn 176 TV-reportages onder de naam De Wereld van Boudewijn Büch. Na mijn pensionering schrijf ik de definitieve Boudewijn Büch-encyclopedie. In minstens 3 dikke delen. In leer gebonden. Met leeslint. In een cassette verzameld. En met een apart indexdeel.
Mark my words!

Postscriptum: ik weet dat deze blog veel gelezen wordt door Büch-geïnteresseerden. Reacties worden bijzonder op prijs gesteld! Dus aarzel niet.

zaterdag 2 februari 2008

Als dat maar goed gaat...

De cijfers voor januari zijn bekend.
101 boeken gekocht in de eerste maand van het jaar, welk een dramatisch resultaat! Alhoewel ik ruim binnen mijn budget ben gebleven door al die goedkope pockets, hoop ik niettemin dat dit aantal niet maal twaalf gaat voor het komende jaar, want dan ben ik nergens meer. Dan moet ik boeken voor de kasten op de vloer gaan stapelen.
O.K., in het huis van de heer Boudewijn Büch zag dat er wel leuk uit -- zie onder -- maar praktisch is iets anders...


Binnenkort verschijnt een boek over de bibliotheek van Boudewijn Büch, geschreven door Frans Mouws. Hij schreef eerder al 4 boeken over Boudewijn en is onbetwist een groot kenner van BB's werk. Maar met dit boek verrast hij mij, omdat er niet veel mensen zijn die er veel van afweten, en onder die enkelen die er wel wat van weten mag ik mijzelf noemen.
Mouws. met wie ik overigens een goed contact heb, heeft geen gebruik gemaakt van mijn deskundigheid. Dat is vast een vergissing, ben ik zo ijdel te zeggen, want met vele honderden boeken uit BB's bibliotheek in bezit en bezig zijnde een beschrijving te maken van de boeken die BB geciteerd heeft in zijn eilandenreeks, heb (had) ik hem veel te vertellen.
Maar mogelijk zie ik spoken en gaat het boek niet over wat ik denk dat het over gaat.

In ieder geval -- want boekenliefhebbers als Mouws zijn zeldzaam! -- zal ik zijn boek verwelkomen. Ik weet zeker dat ik er aanvullingen op zal hebben. Misschien er dan zelf maar een boekje over maken?

woensdag 26 december 2007

Kerstbalen

Ik had me er zo op verheugd: 5 (vijf!) vrije dagen achter elkaar, wat zou ik allemaal niet kunnen doen!
De zaterdag ging heen met inkopen doen en opruimen. Op zondag ging ik aan de slag: boeken verzetten, invoeren in het bestand, lezen... Voor maandag was het plan om hout te gaan halen teneinde een klein boekenkastje op de overloop te timmeren voor mijn verzameling Rainbowpockets plus een schilderijlijst voor een onlangs verworven portret van Goethe.
Maar zondagavond ging het mis: binnen een paar uur werd ik honds ziek, overgeven, diarree, hoofdpijn, koorts....
Maandag zat ik bibberend over mijn buik te wrijven, af en toe wat lezend. Een bakje yoghurt in de morgen, een kopje soep in de middag, beetje spaghetti 's avonds...
Eerste kerstdag had ik een kerstdiner zullen bereiden, maar het vlees moest de vriezer in, en de groenten in de vuilnisemmer. Een stukje brood in de morgen, een kopje soep in de middag, een paar aardappelen met wat gehakt in de avond...

Tweede kerstdag leek gelukkig wat fijner te worden: een lekkere krentenbol in de morgen, maar helaas, na een boterham met pindakaas om een uur of twaalf komt de buikkramp terug. Ik zijg neer in mijn stoel en lees columns van Boudewijn Büch in Het Parool, knipsels uit de jaren 1983-1989 die ik deze maand voor [veel] geld aangeschaft heb. Die geven me wat troost, troost afkomstig van een man die zelf vooral zijn treurnis over de pagina's uitstort.
Soms denk ik, in een poging te relativeren: ach, het is zo erg nog niet met mij, ik lees toch allemaal leuke stukjes vandaag? Bovendien: de telefoon gaat niet, er komt niemand op bezoek en ik hoef (kan) nergens heen: het kon slechter.
Dus rommel ik maar wat voort, in de betreurenswaardige wetenschap dat ik morgen gewoon weer om 05:30 uur op moet om te werken -- ziek of niet, als winkel-eigenaar heb je geen keus -- en ik zal het zeker overleven. Maar mag ik voor één keer erg zielig zijn?


P.S.: net voor de kerst ontvangen: Slightly foxed... but still desirable, een boek met heel spitse tekeningen van Ronald Searle, die over de antiquarische boekaanschaf gaan. De fles Chardonnay die ik voor de gelegenheid van de foto eventjes bovenop het boek heb gezet, was eigenlijk bedoeld ter begeleiding van het kerstdiner, maar zij gaat nu linea recta mijn maag in. Kijken of 'het houdt'...

zondag 23 september 2007

Uit de wereld van Boudewijn Büch en Boekengek (1)

Onlangs werd ik de bijzonder gelukkige eigenaar van opnamen van alle uitzendingen van de serie De Wereld van Boudewijn Büch, die van 1988 tot en met 2001 op de Nederlandse televisie werd uitgezonden. De reeks werd zeer goed bekeken (hij liep niet voor niets 14 jaar lang), alleen heb ik zelf er destijds nauwelijks iets van gezien. De laatste weken ben ik bezig die schade in te halen en ik kan nauwelijks uitdrukken hoe bijzonder het is om als hardcore Büchfan veelal voor het eerst afleveringen van "De Wereld van Boudewijn Büch" te zien.

Sinds 2002 ben ik -- regelmatige lezers van deze weblog zullen dat weten -- een verwoed verzamelaar van Büchiana geworden en ik heb inmiddels heel wat boeken, meubels en memorabilia van Büch in mijn huis staan. Van vele voorwerpen heb ik wel een clou waar het op slaat, maar door de nu bekeken TV-uitzendingen ontstaat er een soort omgekeerde archeologie: ik bezat de voorwerpen al maar ontdek nu de herkomst en de context!
De komende tijd tref je hier wat van die opgravingen aan.
(Het kost veel tijd om het samen te stellen, dus hebt geduld.)

Vandaag: Thomas Edison
In januari 1995 gaat BB op speurtocht naar de wereld van Thomas Alva Edison, de uitvinder van o.a. de gloeilamp en de grammofoon. Zo komt hij in Milan, Ohio, de geboorteplaats van Edison. (De uitzending was op zaterdag 28 oktober 1995.) Boudewijn komt een politieman tegen die nieuwsgierig is naar het camera-team, ziet op de mouw van de man een mooi embleem en zegt dat hij er ook een wil hebben.

De politieman glimlacht en rijdt verder, het opname team gaat door en (veel) later komt de man terug, mét een insigne voor Boudewijn!






Toen ik dit zag wist ik het. BB is er in Nederland helemaal niet mee gaan lopen; hij zette het met allerlei andere aangeschafte souvenirs over Edison in een pronkkast. Een kast die sinds april dit jaar in mijn huis staat, en daar heb ik het vandaag, op een fraaie najaarsdag, voor de lezers van deze blog uitgehaald!

zaterdag 14 april 2007

Een kast gaat open

Op 2 maart meldde ik op deze blog een kabinet van Boudewijn Büch te hebben gekocht. Op deze fraaie zomerdag (waarom zou je nog naar een eiland in de Stille Zuidzee willen verhuizen? Niet voor het weer, in ieder geval) -- op deze zonovergoten dag dus, doe ik voor de lezers de kast op een kier.
Meer dan 100 voorwerpen van over de hele wereld zijn in dit engelse walnoothouten kabinet ten toon gesteld. Alle voorwerpen zijn door Boudewijn Büch zelf gekocht op zijn tientallen reizen naar de uithoeken van de wereld.

En nu staat het dus in een huiskamer in Zwolle. De voorwerpen (een niet volledige lijst) zijn afkomstig uit Duitsland, Namibië, Nieuwzeeland, Australië, de Falklandeilanden, vele locaties in de VS, Brazilië, en verschillende eilanden in de zo zonnige maar ook langzaam door de klimaatveranderingen verdrinkende Stille Zuidzee.
De waarde van de voorwerpen varieert: van simpele souvenirs uit museumwinkels à $ 3 tot redelijk kostbare muntsets en memorabilia van rond de $ 50. Van enkele voorwerpen is de waarde een stuk hoger.
Er zijn postzegels en ansichtkaarten, emblemen om op je jas te strijken, miniatuurfiguren, fossielen, houtsnijwerk, prentjes, horloges, glazen en ga zo maar door. Het bijzondere is dat écht alles te herleiden is tot zijn boeken en TV-uitzendingen van De Wereld van Boudewijn Büch.
In de video die veilinghuis Sotheby's na het overlijden van Boudewijn Büch heeft gemaakt is deze kast ook te zien, net zo compleet als ik hem hier heb.


Enkele thema's zijn ruim vertegenwoordigd: Thomas Edison, de uitvinder van de gloeilamp (uitzending op 28 oktober 1995, niet op DVD) en Mark Twain, om er twee te noemen (op DVD, De wereld van.... -- maar ik kan even niet vinden welke disc).


Het doet me wel wat, zo te 'spelen' met deze voorwerpen, die stuk voor stuk een historie hebben en door Boudewijn, al mopperend stel ik me voor, ooit op verre luchthavens tegen betaling i.v.m. overgewicht, naar Nederland zijn vervoerd. Naar Amsterdam, naar Den Haag en ten slotte naar hiero.
Hij zal wel moe zijn geweest na elke lange reis en bij thuiskomst de uitgeputte voeten op een voetenbankje hebben neergelegd. Het is pure speculatie natuurlijk, maar het ZOU dit bankje geweest kunnen zijn -- het komt namelijk óók uit BB's huis en staat nu voor mij klaar.
Eindelijk na weken weer eens wat geschreven hier.
Nu even uitrusten.